english | nederlands


Eric Burdon & The Animals
Eric Burdon Artikel-in-een-notendop uit Aloha #45, mei 2004

Hij heeft alles meegemaakt wat een artiest met wortels in de jaren zestig mee kan maken. Eric Burdon scoorde met zijn Animals enkele monsterhits, maar hield er verdomd weinig aan over. Na vele jaren van clubs en nostalgie, is Burdon weer helemaal terug in het heden: My Secret Life heet zijn eerste studioplaat sinds tijden, én zijn doorleefde rockstrot zal de Arrow Rock-tent op zaterdag doen schudden op haar grondvesten.

Door Jaap van Eik

Een waar rock & roll-veteraan treedt dit jaar aan op de Arrow-zaterdag: Eric Burdon. Zijn turbulente carriere begon veertig jaar geleden met de monsterhit House Of The Rising Sun, een traditional die hij in 1964 met zijn bandje The Animals op plaat zette. Producer Mickie Most zag er helemaal niets in, manager Mike Jeffery evenmin. Maar goede reacties tijdens optredens hadden de groepsleden tot de conclusie gebracht dat House Of The Rising Sun een klapper zou worden. Het nummer schijnt afgeleid te zijn van een Engelse folksong uit de zeventiende eeuw en kreeg in de zuidelijke Amerikaanse staten een min of meer definitieve vorm rond 1928. The Animals gaven er een eigen draai aan met de intrigerende tekst There is a house In New Orleans, they call The Rising Sun/It’s been the ruin of many a poor boy, and God I know I’m one, hetgeen binnen enkele jaren tot de grootst mogelijke narigheid leidde. De single werd weliswaar een enorme hit, de naam van de band was in één klap wereldwijd gevestigd, maar er schuilde een adder onder het gras. Eric Burdon: “Het kostte ons tien minuten en ongeveer vier Britse ponden om House Of The Rising Sun op te nemen. En er zijn miljoenen van verkocht. In de haast om de single te persen en de labels te drukken, heeft echter een van de meest cruciale en desastreuze momenten van mijn leven plaatsgevonden. Mike Jeffery benaderde ons en zei dat we een probleem hadden. We hadden House Of The Rising Sun als groep gearrangeerd, maar er was niet voldoende ruimte op het label van een 45 toeren single om al onze namen af te drukken. Jeffery vond dat we één naam moesten kiezen, alleen voor het label, en dat de rechten en het verdelen ervan later wel uitgewerkt zouden worden. Hij stelde [toetsenist] Alan Price voor. Als de idioten die we waren, stemden we toe. Met een enkele pennenstreek werden de overige leden van The Animals belazerd. We hadden beter moeten weten dan Alan Price te vertrouwen. Hij had immers ooit bij de belastingdienst gewerkt.”
Want wat gebeurde er in 1965 na nog meer hits als Don’t Let Me Be Misunderstood en We Gotta Get Out Of This Place? Alan Price verliet The Animals, precies rond de tijd dat de auteursgelden met bakken binnen begonnen te stromen, om voor zichzelf te beginnen. Ondertussen wist Mike Jeffery de kapitalen van The Animals op slinkse wijze weg te sluizen naar bedrijven op de Bahama’s en te investeren in allerlei Spaanse horecabedrijven, waar niemand ook maar enig zicht op had. Later zou hij samen met Animals-bassist Chas Chandler zelfs manager van Jimi Hendrix worden, maar lang heeft hij niet van het Animals-fortuin kunnen genieten: in 1973 kwam hij om het leven bij een vliegtuigongeluk in Spanje.
Alan Price werd vervangen door (de onlangs overleden) Dave Rowberry, nog meer gerommel in de line-up volgde en zo stoomde de band door tot duidelijk werd dat de koek op was. Eric Burdon formeerde een nieuwe Animals, waarmee hij tot het eind van de jaren zestig redelijk succesvol was. Vervolgens ging hij een kortstondige samenwerking aan met de Amerikaanse band War, die het ook een tijdje vrij aardig deed.
Intussen had hij zich in Engeland aardig in de nesten gewerkt door enkele onbezonnen uitspraken over de dood van zijn boezemvriend Jimi Hendrix. Burdon was de eerste die door diens hysterische minnares Monika Dannemann gebeld werd toen ze de Amerikaanse ster niet meer wakker kon schudden. Korte tijd na het drama stemde hij in met een interview voor de BBC. Vlak voor de uitzending joeg hij er nog een fikse joint doorheen, waarop hij zich door de geslepen interviewer Kenneth Alsop uit de tent liet lokken. Burdon: “Toen ik zei dat Jimi zichzelf om het leven had gebracht vanwege het kwaad in de platenbusiness, dat hij in artistiek opzicht door zijn manager [Jeffery dus, want Chandler had zich eerder al teruggetrokken] en al die accountants en juristen was vermoord, maakte Alsop me af. Eenmaal buiten herkende ik een platenbaas die me toebeet: ‘Voor wat je net gezegd hebt, zul je nooit meer in Engeland werken’.”
En zo is het tot op heden gebleven.

Burdon’s carriere werd vanaf de jaren zeventig vooral toegespitst op Duitsland, terwijl er ook nog twee reünies van The Animals plaatsvonden. Continuïteit zat er uiteraard allerminst in, het gekrakeel van weleer stak weer de kop op en de zanger stortte zich in de ene losse verbintenis na de andere. Gedurende de jaren tachtig en negentig speelde hij in clubs, deed hij een enkel filmklusje of werkte hij voor de televisie. Anno 2004, veertig jaar na House Of The Rising Sun, komt de 62-jarige na vele jaren weer eens met een studioproductie. “De laatste stamt denk ik uit de jaren tachtig”, twijfelt Eric Burdon. “Ik was behoorlijk gedeprimeerd geraakt over de muziekbusiness, waardoor ik lang niet in staat ben geweest om iets te zeggen dat enige betekenis had. Maar in 1999 raakte ik in Brazilië bevriend met Marcelo Nola, met wie ik sindsdien telefonisch contact heb gehouden. Op een bepaald moment stelde hij voor om samen wat te schrijven.”
Het tweetal belandde in New Jersey en aldaar kreeg My Secret Life vorm. Burdon heeft dit nieuwe album helemaal zelf gefinancierd. “Ik heb een gok genomen”, geeft hij toe. “Maar het was de hoogste tijd om mijn artistieke lot in eigen handen te nemen. Verder ben ik van plan fictie te gaan schrijven. De autobiografie is eigenlijk een eerste aanzet. Je kunt natuurlijk het beste beginnen met iets dat je vertrouwd is. Ik heb wat verhaal-ideeën in mijn hoofd. Eén ervan gaat over Berlijn in de jaren tachtig en de ander over New Orleans rond 1890. Een interessante periode in de ontstaansgeschidenis van de jazz.”
En de oorspronkelijke Animals? Spreekt hij ze nog wel eens? “Hilton Valentine [gitarist] heb ik een paar maanden geleden nog ontmoet en [drummer] John Steel zie ik af en toe. Alan Price verkeert in blakende welstand, maar met hem praat niemand meer. En helaas missen we enkele vrienden van wie ik graag had gehad dat ze er nog waren.”



 
Plaats ook een verhaal over Eric Burdon & The Animals »

10-6-2004, arno weltens: 'burdon: beste blanke blueszanger' »

9-6-2004, Jan Droesen: 'The Animals' »

2-6-2004, Jan Nijborg: 'Eric Burdon great' »

23-5-2004, jan: 'Tigerhaed' »

3-5-2004, Tigerhead: 'Ik ben benieuwd' »

30-4-2004, Hay Janssen: 'Kippevel' »

23-4-2004, leo troost: 'Eric Burdon' »

6-4-2004, jan: 'vibraties verzekerd' »

...met Burdon en zijn New Animals. Heel professionele band. Zag hen reeds enkele keren, vorig jaar ook op Harelbeke Rock.
Als je zijn tourkalender bekijkt, kranig op zijn 63. Zeker gaan naar kijken als jullie op Arrows zijn. Pure blues rock van de beste stem uit de rockgeschiedenis.


3-4-2004, Roel: 'Blij!' »